Woord van de maand: Zwabberfront (03/16)

2016-03-01 09:02:00

Het weer is onder Nederlanders altijd een dankbaar gespreksonderwerp. Vooral vreemd weer, zoals het afgelopen jaar, met een extreem warme zomer en een extreem zachte winter. Zulke uitersten leiden tot opvallend taalgebruik. Wat te denken van ‘natte flatsen’, ‘jojozomer’ en ‘plaknacht’? Weermannen en -vrouwen lijken er soms een sport van te maken om zo ongebruikelijk mogelijke termen te hanteren. Zo lazen we laatst de kop ‘zwabberfront brengt kletsnat weekend’. In de weerwereld waarschijnlijk een gebruikelijke term, maar voor een leek toch iets wat op de lachspieren werkt. Want wat is een zwabberfront?

Het betekent iets als een neerslagfront met moeilijk voorspelbaar gedrag. Door zijn zwabberende toestand is het lastig voorspellen waar en wanneer er exact neerslag zal vallen, want waar komt het front precies te liggen? Een exacte definitie is er echter niet, want uitvoerig onderzoek doet ons concluderen dat het geen bestaand woord is. Weerwoorden zijn dan ook wel vaker geen officiële woorden in de meteorologie, maar zeggen door hun creatieve samenstelling vaak des te meer. Een woord als ‘marathonbuien’ bijvoorbeeld: geen erkend woord, maar bij het lezen van zoiets zal iedereen meteen begrijpen dat je voorlopig beter niet naar buiten kunt gaan. En is dat nou niet het mooie van taal?