woord van de maand: aprilvis (4/2019)

2019-04-04 09:50:00

Ooit wel eens van een aprilvis gehoord? Is het misschien een of andere exotische vissoort die alleen maar in het voorjaar te zien is? Of een bijzonder exemplaar van een Hollandse nieuwe, die je op een sneetje roggebrood met uitjes smakelijk naar binnen schuift? Mis! Een aprilvis heeft niets te maken met gekieuwde zwemmers, maar alles met de grappen die je uithaalt op de eerste dag van april. Vooral in Vlaanderen is een ‘aprilvis’ berucht: daar heb je namelijk grote kans dat er iemand ongemerkt een papieren vis op je rug plakt, in de hoop dat je er zo lang mogelijk mee rondloopt. Op het moment dat je erachter komt dat je in de maling bent genomen, wordt er vrolijk ‘Aprilvis!’ of ‘1 april!’ naar je geroepen. Ook als het om andere grappen gaat wordt er in Vlaanderen gesproken van een ‘aprilvis’: in Nederland hebben we het doorgaans over een aprilgrap.

‘Aprilvis’ is afgeleid van het Franstalige ‘poisson d’avril’, een gebruikelijke term in Frankrijk en in Franstalig België, Canada en Zwitserland. Vaak publiceren Franstalige (of Vlaamse) kranten op 1 april een onzinartikel, waarin door een subtiele verwijzing naar een vis in de titel al wordt duidelijk gemaakt dat de lezers voor de gek worden gehouden.